BEHANDELING MET EEN NIEUW ORAAL ANTISTOLINGMIDDEL

 

Welke patiënten komen op dit moment niet in aanmerking voor de nieuwe orale antistollingsagentia?

 

De nieuwe antistollingsmiddelen worden op dit moment afgeraden voor zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en kinderen jonger dan 16 jaar. Er wordt nog in verschillende groepen onderzoek gevoerd.

 

Moeten er bloedtesten afgenomen worden tijdens een behandeling met een nieuw oraal antistollingsmiddel?

 

Uw nieuw oraal antistollingsmiddel heeft een verwacht en detecteerbaar effect op de stolling in uw bloed. In tegenstelling tot VKA’s wordt de dosis van de nieuwe antistollingsmiddelen niet aangepast op basis van de resultaten van een bloedtest. De INR-meting die gebruikt wordt om het effect van de VKA’s te meten is niet geschikt om de antistollingswerking van de nieuwe orale antistollingsmiddelen te beoordelen.

 

De antistollingsgraad die teweeggebracht is door de nieuwe antistollingsmiddelen moet vastgesteld worden onder bepaalde omstandigheden. Er bestaat op dit moment geen erkend biologisch routineonderzoek.

 

Beschikbare tests in de gespecialiseerde laboratoria maken het echter mogelijk om de antistollingsgraad bij benadering te weten te komen en kunnen op een accurate manier gebruikt worden in bepaalde situaties: wanneer er snel gehandeld moet worden bij symptomen van trombose of een bloeding, wanneer het antistollingseffect snel moet verdwijnen, wanneer er een verhoogd risico op een bloeding is en wanneer er een vermoeden van overdosis is.

 

Hoe moet ik ernstige bloedingen behandelen tijdens een behandeling met een nieuw oraal antistollingsmiddel?

 

Op dit moment is de klinische ervaring met het omgaan met zo een situatie nog beperkt. De werking van de nieuwe orale antistollingsmiddelen is van korte duur, maar niet kort genoeg om ernstige gevolgen te voorkomen in geval van een grote bloeding. Er bestaat bovendien ook geen specifiek tegengif. Daarom wordt voorgesteld om in geval van een bloeding de behandeling met orale antistollingsmiddelen stop te zetten en snel opgenomen te worden in een gespecialiseerde dienst om daar een geschikte behandeling te ondergaan.

 

Wat is er specifiek aan de nieuwe antistollingsmiddelen?

 

Voor elke indicatie verschillen de dosis en het aantal dagelijkse innames naargelang het antistollingsmiddel. Voor hetzelfde antistollingsmiddel verschillen de dosis en de dagelijkse innames naargelang de indicatie. Het is belangrijk om de voorzorgsmaatregelen te respecteren.

 

Hoe kan ik anderen informeren over mijn antistollingsbehandeling?

 

Het is belangrijk dat u een vorm van identificatie bij zicht heeft, of idealiter zelfs een kaart waarop het type antistollingsmiddel dat u neemt aangegeven staat, samen met een adres en een telefoonnummer van een contactpersoon in geval van nood. Het is ook belangrijk systematisch aan te geven bij professionele zorgverleners dat u onder behandeling met antistollingsmiddelen staat.

 

Interférences médicamenteuses (NOAC) :

Liens utiles extraits du site du CHU de Mont Godinne

 

  • Tableau des interactions NAOC : cliquez ici
  • Practical guide Rivaroxaban : cliquez ici
  • Practical guide dabigatran : cliquez ici
  • Interactions avec le Warfarin : cliquez ici

Mentions légales et copyright

 

Girtac - Association - patient - Anticoagulant - Antivitamines - AVK - Sintrom - Marevan - Marcoumar - Xarelto - Pradaxa - Eliquis - Thrombose -Embolie - pulmonaire - Fibrillation - Auricullaire - Autocontrole - Automesure - INR - Antiphospholipides - dabigatran - Rivaroxaban - Apixaban - Stroke - Coagulation - Caillots - sang - Prothèse - hanche - genou - Phlébite