PRATISCHE ADVIEZEN VOOR HET VERZORGEND PERSONEEL

De vitamine K-antagonisten (VKA): praktische adviezen voor het verzorgend personeel

 

Wat zijn VKA’s en wat zijn hun indicaties?

 

De vitamine K-antagonisten zijn: SINTROM 4mg, MINISINTROM 1mg, COUMADINE 2mg, COUMADINE 5mg en PREVISCAN 20mg.

 

Deze orale antistollingsmiddelen worden in principe voorgeschreven als aanvulling op heparine voor:

 

-Trombose of risico op trombose

-een longembolie of risico op longembolie

-bepaalde hartritmestoornissen (vooral voorkamerfibrillatie)

-bepaalde afwijkingen of hartklepprothesen

-bepaalde myocardinfarcten

 

Principes van de behandeling

 

 

De behandeling met VKA’s moet met grote zorgvuldigheid opgevolgd worden omdat er twee belangrijke risico’s aan verbonden zijn: een bloeding ten gevolge van een overdosis, en trombose ten gevolge van een onderdosering.

 

Het antistollingseffect van VKA’s is progressief en bereikt zijn hoogtepunt na 2 tot 4 dagen na aanvang van de behandeling. Dit antistollingseffect zal geleidelijk afnemen binnen enkele dagen na de stopzetting van de behandeling.

 

De INR-waarde is de biologische test waarmee de werking van de behandeling met vitamine K-antagonisten beoordeeld kan worden.

 

 

De INR-waarde (International Normalized Ratio)

 

De bloedafname

 

Zoals elke bloedafname moet ook de bloedafname om de INR-waarde te bepalen van kwaliteit zijn, meer bepaald:

 

-Vermeld de naam van de patiënt, de naam van de persoon die de bloedafname uitvoert, de datum en het tijdstip van de bloedafname

-Het vervoer naar het laboratorium moet minder dan twee uur na de bloedafname gebeuren

-Gebruik bij voorkeur de tweede tube voor de INR-waarde te meten in geval van meerdere bloedafnames

-Verzeker u ervan dat alle nodige informatie voor de opvolging van de behandeling op het voorgeschrift of de vrachtbrief genoteerd is:

oDe naam van de VKA, de dosis en de exacte dosering, de indicatie waarvoor de VKA voorgeschreven is, de bijhorende behandeling en eventuele recente aanpassingen daarvan, tussentijdse ziekten

 

De frequentie van de metingen

 

De frequentie van de metingen van de INR-waarden wordt bepaald door de arts. In het begin van de behandeling moeten de INR-waarden regelmatig gemeten worden om de geschikte dosis VKA te vinden zodat de INR-doelwaarde meerder keren verkregen wordt.

 

Als de geschikte dosis gevonden is, kan de frequentie van de controle van de INR-waarde langzaam afnemen, maar deze moet nog minstens één keer per maand uitgevoerd worden om een overdosis en een risico op trombose te voorkomen.

 

Bijkomende controles van de INR-waarden zijn nodig als de behandeling onevenwichtig is.

 

Wat men moet weten

 

De INR-waarde geeft onder bepaalde omstandigheden de stollingstijd van een patiënt weer en vergelijkt deze met een persoon die geen VKA’s toegediend krijgt. Bij een persoon die niet behandeld wordt, is de INR-waarde gelijk aan 1.

 

Bij een patiënt die behandeld wordt met een VKA geldt het volgende: hoe langer de stollingstijd, hoe hoger de INR-waarde.

 

De INR-doelwaarde is de te zoeken INR-waarde om een efficiënte behandeling te bekomen.

 

De INR-doelwaarde is afhankelijk van van de ziekte waarvoor de behandeling is voorgeschreven.

 

In de meeste gevallen moet de waarde zich tussen 2 en 3 bevinden:

 

-Een INR-waarde van minder dan 2 wijst op een te lage dosis

-Een INR-waarde van meer dan 3 wijst op een te hoge dosis, met een potentieel risico op bloedingen

 

In bepaalde gevallen moet de INR-doelwaarde hoger liggen zodat de behandeling efficiënt is, namelijk tussen 3 en 4,5.

 

Een INR-waarde van meer dan 5 wordt altijd gelinkt aan een verhoogd risico op bloedingen.

 

Verzending van de resultaten

 

Omdat men de VKA’s bij voorkeur ‘s avonds inneemt, moet u zich ervan verzekeren dat de resultaten van de INR-waarden ‘s middags naar de opvolgende arts gestuurd worden. Op die manier kan de dosis indien nodig nog diezelfde avond aangepast worden. Noteer de gegevens van de te verwittigen arts op het bloedstaaltje (telefoonnummer, faxnummer, …).

 

Boodschappen voor uw patiënt

 

Het juiste gebruik van de VKA’s hangt ook af van de patiënt zelf, die op de hoogte moet zijn van:

 

-de reden waarvoor de behandeling hem is voorgeschreven

-zijn INR-doelwaarde

-de principes van het evenwicht van de behandeling

-de risico’s op bloedingen en trombose die samenhangen met de behandeling

-de symptomen van een overdosis.

 

 

Hij moet chronologisch verslag uitbrengen van zijn INR-resultaten door ze te noteren in het dagboek dat voor de opvolging van en informatie over de behandeling voorzien is.

 

Dit dagboek wordt in principe aan de patiënt bezorgd door de voorschrijvende arts, de bioloog of de apotheker.

 

Let op interacties met andere medicatie

 

Veel medicatie kan reageren met VKA’s en kan dus de INR-waarden veranderen; wij verwijzen naar de Thesaurus Afssaps een lijst ter beschikking stelt met de verscheidene gekende interacties met medicatie. Klik hier

 

De INR-waarde moet dus vaak 3-4 dagen na elke aanpassing gecontroleerd worden, net als na een begin of een stopzetting van medicatie die aan interacties gelinkt wordt. Dit moet gebeuren om de VKA-dosis aan te passen indien nodig. Zie er samen met de patiënt op toe dat de verschillende voorschrijvers die informatie ook krijgen.

 

Zelfmedicatie is gevaarlijk

 

Bijvoorbeeld met aspirine of ontstekingsremmers.

 

De patiënt moet de mening van een arts vragen vooraleer hij medicatie inneemt, ook banale situaties zoals het plots optreden van pijn, reumatiek, een beschadiging van de huid of een infectie (koorts, griep, keelontsteking, …).

 

Men moet opletten voor het verschijnen van symptomen van een overdosis

 

Die symptomen van een overdosis kunnen de volgende zijn:

 

-ofwel banaal: bloedend tandvlees, bloedneus, bloedingen in het oog, buitengewoon hevige menstruatie, bloeduitstortingen (blauwe plekken)

-ofwel verontrustender: hematurie, rectale bloedingen of melena, bloed braken, bloed ophoesten, aanhoudende bloedingen

-ofwel misleidend: vermoeidheid, kortademigheid, bleekheid, hoofdpijn die niet weggaat na behandeling, onverklaarbaar ongemak

 

In alle gevallen is een controle van de INR-waarden noodzakelijk.

 

Aan de hand van de resultaten en de klinische symptomen zal de arts de nodige maatregelen nemen.

 

 

Voeding

 

Geen enkele voeding is verboden.

 

De consumptie van voeding die vitamine K bevat moet echter regelmatig en niet overdreven zijn om het evenwicht van de INR-waarden niet te verstoren.

 

Voeding die het rijkst is aan vitamine K: broccoli, kool, bloemkool, spruitjes, spinazie en sla.

 

Uw patiënten kunnen praktische informatie over het gebruik van VKA’s vinden in de bijsluiter die bij elke medicijnverpakking zit, en op de site van Afssaps. Klik hier

 

 

Mentions légales et copyright

 

Girtac - Association - patient - Anticoagulant - Antivitamines - AVK - Sintrom - Marevan - Marcoumar - Xarelto - Pradaxa - Eliquis - Thrombose -Embolie - pulmonaire - Fibrillation - Auricullaire - Autocontrole - Automesure - INR - Antiphospholipides - dabigatran - Rivaroxaban - Apixaban - Stroke - Coagulation - Caillots - sang - Prothèse - hanche - genou - Phlébite